| 04 - Het bijvoeglijk naamwoord. | ||||
| Een bijvoeglijk naamwoord noemt een hoedanigheid of eigenschap van een zelfstandig | ||||
| naamwoord. | ||||
| Voorbeelden: | ||||
| een kleine jongen | "klein"zegt iets van jongen (jongen is een zelfstandig naamwoord) | |||
| de jongen is klein | ||||
| een mooi paard | "mooi"zegt iets van paard | |||
| het paard is mooi | ||||
| een gemakkelijke les | "gemakkelijk"zegt iets van les | |||
| de les is gemakkelijk | ||||
| Het bijvoeglijk naamwoord is, zoals uit de bovenstaande voorbeelden blijkt, direct aan het | ||||
| zelfstandig naamwoord toegevoegd of ermee verbondendoor het koppelwerkwoord zijn. | ||||
| Een bijvoeglijk naamwoord komt in het Spaans in geslacht (M of V) en getal (enkelvoud | ||||
| of meervoud) altijd overeen met het zelfstandig naamwoord, waarvan het een eigenschap | ||||
| aangeeft. Daarvoor kan de vorm van het mannelijk enkelvoud wijzigingen ondergaan wat | ||||
| de uitgangen betreft. | ||||
| MEERVOUD VAN BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN | ||||
| Voor de meervoudsvorming van bijvoeglijke naamwoorden gelden dezelfde regels als voor | ||||
| de meervoudsvorming van zelfstandige naamwoorden. | ||||
| 1 - Bijvoeglijke naamwoorden, die uitgaan op een klinker, krijgen een "S" | ||||
| 2 - Bijvoeglijke naamwoorden, die uitgaan op een medeklinker, krijgen een "ES" | ||||
| VROUWELIJK VAN BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN | ||||
| Een eigen vrouwelijke vorm hebben de bijvoeglijke naamwoorden, waarvan de mannelijke | ||||
| vorm in het enkelvoud op een "O" uitgaat; in plaats van deze "O" komt dan een "A" | ||||
| Let op! | ||||
| a + el (aan de) wordt samengetrokken tot al | ||||
| de + el (van de) wordt samengetrokken tot del. | ||||
| El da un libro al señor Gonzáles | Hij geeft het boek aan mijneer González | |||
| El livro del señor Lafuente | Het boek van mijneer Lafuente | |||
| Men kan aan het lidwoord zien wat het geslacht (M of V) van het zelfstandig naamwoord is. | ||||
| Dit brengt mee, dat het noodzakelijk is by ieder zelfstandig naamwoord het lidwoord van | ||||
| bepaaldheid of onbepaaldheid te onthouden. | ||||
| la madre | de moeder (V) | |||
| el padre | de vader (M) | |||
| UITZONDERINGEN | ||||
| De vrouwelijke zelfstandige naamwoorden, die beginnen met een beklemtoonde a of ha , | ||||
| hebben als lidwoord niet la, maar el: | ||||
| el agua | het water | |||
| Het meervoud is echter: | ||||
| Las aguas | de wateren | |||
| In deze gevallen wordt una vervangen door un: | ||||
| un ala | een vleugel | |||
| Het meervoud is echter: | ||||
| unas alas | énige vleugels | |||
| un hombre rico | een rijk man | |||
| un sombrero grande | een grote hoed | |||
| una puerta verde | een groene deur | |||
| una palabra dificil | een moeilijk woord | |||
| Het bijvoeglijk naamwoord staat in het Spaans achter het zelfstandig naamwoord | ||||
| un hombre rico | een rijke man | |||
| una mujer rica | een rijke vrouw | |||
| Als het zelfstandig naamwoord mannelijk is, is het bijbvoeglijk naamwoord ook mannelijk. | ||||
| Als het zelfstandig naamwoord vrouwelijk is, is het bijbvoeglijk naamwoord ook vrouwelijk. | ||||
| De o verandert dan in een a. | ||||
| un sombrero grande | een grote hoed | |||
| una puerta grande | een grote deur | |||
| un trabajo dificil | een moeilijk werk | |||
| una palabra dificil | een moeilijk woord | |||
| Eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een e of op een medeklinker, dan verandert het | ||||
| in het vrouwelijk niet. | ||||