09 - Vragende voornaamwoorden
De vragende voornaamwoorden zijn :
Enkelvoud ¿ qué ? wat, wat voor een, welk(e) ?
Meervoud ¿ qué ?
Enkelvoud ¿ quién ? wie ?
Meervoud ¿ quiénes ?
Enkelvoud ¿ cuál ? welk(e), wat voor een ?
Meervoud ¿ cuáles ?
Enkelvoud ¿ cuánto ? hoeveel ?
Meervoud ¿ cuántos ?
¿ Qué ?  Is onveranderlijk van vorm:
¿ Qué juego es ese ? Wat voor een spel is dat (daar bij u) ?
¿ Qué piensas hacer ? Wat denk je uit te voeren ?
¿ Qué lecciones son esas ? Wat voor lessen zijn dat ?
¿ Quién ? Vraagt naar personen. Het richt zich in getal naar het woord, waarbij het behoort:
¿ Quién es tu hermana ? Wie is je zuster ?
¿ Quiénes son estas señoras ? Wie zijn deze dames ?
¿ Cuál ? Vraagt naar een of meer uit een aantal zelfstandigheden van dezelfde soort.
er wordt een keuze gemaakt:
¿Cuál de los dos agentes es el mas fuerte ? Welke van de twee agenten is het sterkst ?
¿ Cuál es tu apellido ? Hoe (eigenlijk welke ) is je achternaam ?
¿Cuáles de estos juegos ? Welke van deze spelletjes ?
¿ Cuánto ? Richt zich in geslacht en getal naar het woord, naar welks aantal wordt gevraagd:
¿ Cuántos hermanos tienes ?  Hoeveel broers heb je ?
¿ Cuántas lecciones tiene usted ? Hoeveel lessen heb je ?
Opmerking :
Alle vragende voornaamwoorden krijgen een accentteken.
Ook ¿Cómo ? (hoe ?)  en ¿ cuándo ? (wanneer ?) hebben een teken.
¿ Cómo está usted ? Hoe maakt u het ?
¿ Cómo se llama este muchacho ? Hoe heet deze jongen ?
¿ Cuándo juegas con tu hermana ? Wanneer speel je met je zuster ?