14 - Het persoonlijk voornaamwoord na een voorzetsel.
Dit zijn de vormen van de persoonlijke voornaamwoorden, wanneer deze worden
voorafgegaan door een voorzetsel (voorzetsels zijn woorden, zoals op, onder,aan, voor,
na, achter en tot.)
mij
ti jou
él, ella, usted hem, haar, u
nosotros ons
vosotros jullie
ellos, ellas,ustedes. hem, haar, u (meervoud)
Voorbeelden:
para mí no es dificil voor mij is het niet moeilijk
Es dificil trabajar sin él. het is moeilijk zonder hem te werken
Behalve en ti zijn de vormen dus gelijk aan die van de persoonlijke voornaamwoorden,
wanneer deze als onderwerp worden gebruikt.
heeft een accent om het te onderscheiden van het bezittelijk voornaamwoord mi, mijn.
Ti krijgt geen accent.
Opmerking:
met mij conmigo
met jou contigo
Als wij nu alle persoonlijke voornaamwoorden in één schema willen plaatsen, krijgen wij
het navolgende beeld:
1 2 3 4
Als onderwerp Na een Als meewerkend Als lijdend
(1e naamval) voorzetsel voorwerp voorwerp
Enkelvoud      
1. ik - yo mij - mí me me
2. jij - tú jou - ti te te
3. hij - el
hem -él
  lo / le
    zij - ella haar - ella le la
     u - usted u - usted   lo / le / la
      (het = lo)
1 2 3 4
Als onderwerp Na een Als meewerkend Als lijdend
(1e naamval) voorzetsel voorwerp voorwerp
Meervoud      
1. wij -nosotros, -as ons - nosotros, -as nos nos
2. jullie - vosotros, -as jullie - vosotros, -as os os
3. zij (ml.) - ellos
hem - ellos
  los / les
    zij (vrl.) ellas haar - ellas les las
    u (mv) - ustedes u - ustedes   los / les (ml.)
      las (vrl.)