16 - Het meewerkend voorwerp.
Naast de persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp van de zin (ik, jij, hij enz.),
die in het Spaans doorgaans worden weggelaten, bestaat er wel degelijk een reeks
voor de 3e naamval:
(el) me da un libro hij geeft mij  een boek
(el) te da un libro hij geeft jou  een boek
(el) le da un libro hij geeft hem, haar, u een boek
(el) nos da un libro hij geeft ons een boek
(el) os da un libro hij geeft jullie een boek
(el) les da un libro hij geeft hem,haar,u (mv) een boek
En primavera nos dan quince días de vacaciones.
In de lente geven zij ons veertien dagen vakantie
Let op:
De volgorde van de zinsdelen is niet dezelfde:
1) 2) 3) 1) 3) 2)
hij geeft  mij (el) me de
onderwerp gezegde meewerkend onderwerp meewerkend gezegde
    voorwerp   voorwerp  
wanneer le of les (meewerkend vvorwerp) wordt gevolgd door lo, los, la of las
(lijdend voorwerp), veranderen le en les in se.
Jaime da un libro a juan Jaime geeft een boek aan Juan
Jaime se lo da Jaime geeft het hem
Juanita da la mano a su madre. Juanita geeft haar moeder een hand
Juanita se la da Juanita geeft ze haar
Anita les señala la casa Anita wijst hun het huis aan
Anita se la senala Anita wijst het hun aan
El señor Lafuente les dice algo De heer lafuente zegt hun iets.
Se lo dice Hij zegt het hun
In de drie gevallen, waarin het persoonlijk voornaamwoord achteraan de werkwoordsvorm
vast wordt geschreven, ziet men, dat zowel se als de andere vormen van de 3e naamval,
gevolgd door de vormen van de 4e naamval, ook achter de werkwoordsvorm worden
geschreven.
No puede señalarie la casa Ik kan u het huis niet aanduiden
No puede señalársela Ik kan het u niet aanwijzen
¡ Dales los helados ! Geef hun de ijsjes !
¡ Dáselos ! Geef ze hun !
Opmerking:
Het teken op señalársela en dáselos moet worden aangebracht volgens de ons
bekende klemtoonregels