| 17 - Het persoonlijk voornaamwoord achter de werkwoordsvorm. | |||
| Het persoonlijk voornaamwoord in de 3e naamval staat in de gebiedende wijs | |||
| bevestigend achter de werkwoordsvorm en wordt daarmee aangeschreven. | |||
| Dime tú, ¿ qué eded tienes ? | Zeg jij mij eens, hoe oud ben je ? | ||
| Déme (usted( cuatro de los más grandes | Geeft u mij vier van de grootste. | ||
| De ontkennende vormen luiden echter: | |||
| No me digas | Zeg mij niet | ||
| No me dé | Geeft u mij niet. | ||