18 - Het werkwoord gustar.
me gusta el vino Mij bevalt de wijn; ik houd van wijn
te gusta el vino jou bevalt de wijn
le gusta el vino hem, haar, u bevalt de wijn
nos gusta el vino ons bevalt de wijn
os gusta el vino jullie bevalt de wijn
les gusta el vino hun, haar, u (mv) bevalt de wijn
De letterlijke vertaling "mij bevalt enz" vervangen wij door; "ik houd van wijn, jij houd
van wijn enz." het onderwerp blijft in het Spaans in alle gevallen "el vino".
De vormen me en te zijn immers meewerkend voorwerp.
Evenzo:
Me gusta el helado ik houd van ijs
¿ Os gusta el café ? houden jullie van koffie ?
Het werkwoord gustar geeft aan, dat men iets leuk, mooi, fijn of prettig vindt.
Om aan te geven wie iets leuk, mooi, fijn of prettig vindt, moet men de vormen
van het meewerkend voorwerp gebruiken.
a mi me gusta
a ti te gusta
a él le gusta
a nosotros -a nos gusta
a vosotros -a os gusta
a ellos -a les gusta