19 - Wederkerende werkwoorden.
Wederkerende werkwoorden zijn werkwoorden, waarbij het onderwerp tegelijkertijd het 
voorwerp van handeling is, biojvoorbeeld:
ik verheug mij  ik was mij
"Ik" is het onderwerp, "mij" is het lijdend voorwerp; het betreft echter dezelfde gammaticale 
persoon, namelijk de eerste persoon enkelvoud.
alegrar verheugen, blij maken
alegrarse zich verheugen
yo me alegro ik verheug mij
te alegras jij verheugt je
él se alegra hij verheugt zich
ella se alegra zij verheugt zich
usted se alegra u verheugt zich
nosotros nos alegramos wij verheugen ons
vosotros os alegrás jullie verheugen jullie
ellos se alegran zij (m) verheugen zich
ellas se alegran zij (vr.) verheugen zich
ustedes se alegran u (mv) verheugt zich
Zoals men ziet, is de vervoeging van alegrar gelijk aan de vervoeging van comprar.
(zie hoofdstuk 21)
Evenals de persoonlijke voornaamwoorden worden de wederkerende voornaamwoorden
geschreven achter de werkwoordsvorm, wanneer deze is:
1 - een onbepaalde wijs
alegrarse zich verheugen
levantarse zich verheffen, opstaan
2 - een Gerundio:
está lavándise hij is zich aan het wassen
3 - een bevestigende gebiedende wijs:
ˇ alégrate ! verheug je !
ˇ alégrense ! verheugt u (mv) zich !
Let weer op de tekens op alégrate, alégrense en lavándose, die op de grond van de
accentregels moeten worden aangebracht.
Opmerking:
Het komt voor, dat in het Spaans een werkwoord wederkerend is, zonder dat het
overeenkomstige werkwoord in het Nederlands wederkerend is:
llamarse heten
irse weggaan
quedarse blijven
pararse stilhouden
Uiteraard moet de bij het onderwerp behorende vorm van se steeds in her Spaans tot
uitdrukking worden gebracht.