26- De onvoltooid verleden tijd.
Om te kennen te geven, dat een handeling in het verleden heeft plaatsgevonden,
beschikt het Spaans behalve over der Pretérito perfecto, de voltooid tegenwoordige tijd
(he cantado = ik heb gezongen), over nog twee tijden: de Imperfecto en de 
Pretérito definido
De Pretérito definido drukt een kortstondige handeling in het verleden uit tegenover de
Imperfecto, die een langdurige of duurzame handeling in het verleden aanduidt.
De Imperfecto en de Pretérito definido van de regelmatige werkwoorden, die op -ar
eindigen, luiden respectievelijk:
Imperfecto   Pretérito definido
     
cantaba ik zong canté
cantabas jij zong cantaste
cantaba hij, zij, u zong cantó
cantábamos wij zongen cantamos
cantabais jullie zongen cantasteis
cantaban zij zongen, u (mv.) zong cantaron
De werkwoorden, die eindigen op -er en -ir, hebben zowel in de Imperfecto
als in de Pretérito definido dezelfde  uitgangen.
Imperfecto   Pretérito definido
     
corría ik liep hard corrí
corrías jij liep hard corriste
corría hij, zij, u liep hard corrió
corríamos wij liepen hard corrimos
corríais jullie liepen hard corristeis
corrían zij liepen hard, u (mv,\.) liep hard corrieron
Imperfecto   Pretérito definido
     
partía ik vertrok partí
partías jij vertrok partiste
partía hij, zij, u vertrok partió
partíamos wij vertrokken partimos
partíais jullie vertrokken partisteis
partían zij vertrokken, u (mv) vertrok partieron
De vorming van de Imperfecto is regelmatig voor alle werkwoorden, behalve voor ser (zijn),
ir (gaan) en ver (zien)
ser   ir  
       
era ik was iba ik ging
eras jij was ibas jij ging
ear hij, zij, u was iba hij, zij, u ging
éramos  wij waren íbamos wij gingen
erais jullie waren bais jullie gingen
eran zij waren, u (mv) was iban zij gingen, u (mv) ging
ver  
   
veía ik zag
veías jij zag
veía hij, zij, u zag
veíamos wij zagen
veías jullie zagen
veían zij zagen, u (mv) zag
De Pretérito definido van:
ser estar tener haber
       
fui estuve tuve hube
fuiste estuviste tuviste hubiste
fue estuve tuvo hubo
fuimos estuvimos tuvimos hubimos
fuisteis estuvisteis tuvisteis hubisteis
fueron estuvieron tuvieron hubieron
De vormen van de pretérito definido van ir (gaan) zijn dezelfde als de vormen van ser (zijn)
De Pretérito definido van de werkwoorden caer en vinir:
caer   venir  
       
caí ik viel vine ik kwam
caíste jij viel viniste jij kwam
cayo hij, zij, u viel vino hij, zij, u kwamen
caímos wij vielen vinimos wij kwamen
caísteis jullie vielen vinisteis jullie kwamen
cayeron zij vielen, u (mv) viel vinieron zij kwamen, u (mv) kwam
Wij hebben reeds gezien, dat de 3e persoon enkelvoud van de Futuro en de Condicional van Haber als
onpersoonlijke vorm kan worden gebruikt in de betekenis van "er is" of  "er zijn" .
De met  hay corresponderende vormen in de verleden tijden zijn habría en hubo.
De voltooid tegenwoordige tijd (Pretérito perfecto) luidt: ha habido.