| 27 - Het gebruik van de Imperfecto. | ||
| De imperfecto duidt, zoals reeds werd gezegd, een langdurige of duurzamere handeling | ||
| in het verleden aan. ("Handeling" is alles, wat door het gezegde kan worden uitgedrukt) | ||
| De imperfecto beschrijft een handeling in het verleden, waarvan het begin en het einde | ||
| niet ter zake doen. | ||
| Het is daarom de tijd, waarin gegeven worden: | ||
| a) - Beschrijvingen van personen, dingen, toestanden enz.: | ||
| Había un palma de nieve | Er lag een pak sneeuw | |
| hací sol | De zon scheen | |
| El muchacho buscaba a su madre | De jongen zocht (dat wil zeggen "was aan | |
| het zoeken"; de spreker deelt het einde | ||
| van de handeling niet mee) zijn moeder | ||
| b) - Gelijktijdige handelingen, die ook beschrijvingen inhouden: | ||
| Ellas jugaban y yo contaba hasta doce | Zij speelden en ik telde tot twaalf. | |
| c) - gewoonten of herhaalde handelingen: | ||
| Siempre dábamos la vuelta a la casa | Wij liepen altijd om het huis heen | |
| d) - Wanneer een handeling wordt onderbroken door een andere handeling, staat de | ||
| ondebroken handeling in de Imperfecto | ||
| (De onderbrekende handeling staat in de pretérito definido.) | ||
| Hacía sol cuando salimos. | De zon scheen, toen wij vertrokken. | |
| Mis padres estaban en madrid cuando yo | Mijn ouders waren in Madrid, toen ik | |
| caí enfermo. | ziek werd. | |
| Me levanté a las seis porque quería reparar | Ik stond om zes uur op, omdat ik mijn | |
| motocicleta. | motorfiets wilde repareren. | |