29 - Het gerundium.
Estar betekend: zijn, zich bevinden.
Estar + Gerundio betekend dan: zich bevinden + tegenwoordig deelwoord.
Bijvoorbeeld:
estar jugando zich bevinden spelende
estar cantando zich bevinden zingende
Wij vertalen:
estar jugando aan het spelen zijn, bezig zijn te spelen (of: spelen)
estar cantando aan het tellen zijn, bezig zijn te tellen (of: tellen)
Er is dus verschil tussen:
ella canta zij zingt, en: 
ella está cantando zij is aan het zingen
nosotros jugamos wij spelen en:
nosotros estamos jugando wij zijn aan het spelen
Ella canta (zij zingt) kan betekenen, dat:
1 - zij zingt in algemene zin, dus dat zij het zingen als beroep heeft, maar het op
     dit moment niet doet.
2 - zij nu zingt.
Ella está cantando (zij is aan het zingen) betekend alleen, dat zij op het moment,
dat deze zin wordt uitgesproken, inderdaad bezig is te zingen.
Wanneer men achter de stam van de werkwoorden, die op -ar eindigen, de uitgang -ando plaatst,
krijgt men het zogenaamde Gerundium.
Op dezelfde wijze plaatst men de uitgang -iendo achter de stam van de werkwoorden, die 
op -er en -ir eindigen, ten einde her Gerundium te krijgen.
jug//ar jug//ando jugando spelende
cant//ar cant//ando cantando zingende
salt//ar salt//ando saltando springende
cont//ar cont//ando contando tellende
com//er com//iendo comiendo etende
viv//ir viv//iendo viviendo levende
De vorming van het gerundium:
De werkwoorden op -ar: stam + ando
El chico está mirando la television De jongen zit naar de televisie te kijken
De jongen kijkt televsie
De werkwoorden op -er: stam + iendo
Estoy comiendo un bocadillo Ik zit een broodje te eten
Ik eet een broodje
De werkwoorden op -ir: stam + iendo
Carmen está escribiendo una postal Carmen is een ansicht aan het schrijven
Carmen schrijft een ansicht.
Het Gerundium, dat wordt voorafgegaan door een vorm van estar, drukt uit, dat een handeling
aan de gang is. In het Nederlands kan dit worden weergegeven doormiddel van: zitten te…..,
aan het…..zijn, lopen te……, staan te ….. Of met weglating van deze nadere omschrijving 
(zoals in de tweede vertaling)
Tussen twee klinkers wordt de (halfklinker)  i  als  y geschreven:
leer (lezen) leyendo
construir (bouwen) construyendo
De toekomende tijd.
Enkelvoud: voy a escribir ik zal schrijven
vas a escribir jij zult schrijven
va a escribir hij zal schrijven
Meervoud vamos a escribir wij zullen schrijven
vais a escribir jullie zullen schrijven
van a escribir zij zullen schrijven
De toekomende tijd wordt gevormd door middel van de tegenwoordige tijd van het werkwoord
ir a plus een onbepaalde wijs.
Voy a escribir las cartas Ik zal de brieven schrijven
Ana va a volver esta tarde Ana zal vanmiddag terugkomen
Va a llover. Het gaat regenen
Luisa y Emillia van a preparer  Luisa en Emillia gaan het eten klaarmaken
la comida
¿ Dond pongo la mesa ? Waar moet ik de tafel neerzetten ?
¿ Preparo el café ? Zal ik de koffie klaarmaken ?
In het Spaans gebruikt men in dit type van zinnen, waarin men om een instructie vraagt,
de tegenwoordige tijd en niet de toekomende tijd.