30 - De voltooid tegenwoordige tijd met hebben als hulpwerwoord
       en hebben als bezitten.
De werkwoorden die eindigen op:
-ar stam + ado: comprado
Enkelvoud he comprado ik heb gekocht
has comprado jij hebt gekocht
has comprado hij heeft gekocht
Meervoud hemos comprado wij hebben gekocht
habéis comprado jullie hebben gekocht
han comprado zij hebben gekocht
-er stam + ido: comido
Enkelvoud he comido ik heb gegeten
has comido jij hebt gegeten
has comido hij heeft gegeten
Meervoud hemos comido wij hebben gegeten
habéis comido jullie hebben gegeten
han comido zij hebben gegeten
-ir stam + ido: venido
Enkelvoud he venido ik heb gekomen
has venido jij hebt gekomen
has venido hij heeft gekomen
Meervoud hemos venido wij hebben gekomen
habéis venido jullie hebben gekomen
han venido zij hebben gekomen
De voltooid tegenwoordige tijd wordt gevormd door middel van de tegenwoordige tijd en de
vorm van het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord.
Deze tijd wordt gebruikt om iets aan te duiden, dat in het naaste verleden heeft plaatsgevonden
Acabar de + onbepaalde wijs.
Acabamos de comprar un piso
Wij hebben zojuist een flat gekocht
Acabo de recibir tu carta
Ik heb zojuist een brief ontvangen
Acaban de salir
Zij zijn zojuist uitgegaan
In het Spaans drukt men doormiddel van een vorm van acabar de, gevolgd door een
onbepaalde wijs, uit wat wij in het Nederlands bedoelen met "zojuist iets hebben gedaan".
De vormen van de tegenwoordige tijd van deze werkwoorden zijn: 
Haber - hebben (hulpwerkwoord)
yo he cantado ik heb gezongen
has cantado jij hebt gezongen
él has cantado hij heeft gezongen
ella has cantado zij heeft gezongen
usted has cantado u heeft gezongen
nosotros hemos cantado wij hebben gezongen
vosotros habéis cantado jullie hebben gezongen
ellos han cantado zij  hebben gezongen
ellas han cantado zij (mv) hebben gezongen
ustedes han cantado u (mv) hebt gezongen
Tener = hebben (bezitten)
yo tengo ik heb
tienes jij hebt
él tiene hij heeft
ella tiene zij heeft
usted tiene u heeft
nosotros tenemos wij hebben
vosotros tenéis jullie hebben
ellos tienen zij  hebben
ellas tienen zij (mv) hebben
ustedes tienen u (mv) hebt
Hij heeft tot tien geteld
in dit geval dient 'heeft" als hulpwerkwoord om met het voltooid deelwoord 'geteld' een 
voltooide tijd te vormen; in het Spaans gebruikt men haber.
Hij heeft een boek
In dit geval betekent "heeft" : "bezit"; in het Spaans gebruikt men tener
Voorbeelden:
Juanita ha cantando
Juanita heeft gezongen
Ella tiene tres hermanas
Zij heeft drie zusters
Anita tiene once años
Anita is (letterlijk:heeft, bezit) elf jaar.
N.B.:
Aantonende wijs   = (modo) indicativo.
Aanvoegende wijs = (modo) subjuntivo
Gebiedende wijs   = (modo) imperativo