32 -  De aanvoegende wijs, tegenwoordige tijd.
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs wordt gevormd:
    Enkelvoud Meervoud
       1          2            3       1        2           3
bij werkwoorden op -ar:                  stam +   e       es        e  emos  éis      en
     
bij werkwoorden op -er:                  stam +   a       as        a  amos  áis      an
     
bij werkwoorden op -ir:                   stam +   a       as        a  
De tegenwoordige  tijd van de aanvoegende wijs (Presente de Subjuntivo)
cantar  (zingen)
cante dat ik zing
cantes dat jij zingt
cante dat hij, zij, u zingt
cantemos dat wij zingen
cantéis dat jullie zingen
canten dat u (mv.) zingt.
Opmerking:
De vertaling zou moeten luiden: Ik zinge enz. Omdat deze vormen grotendeels on onbruik
zijn geraakt in het nederlands, geven wij de vormen van de aantonende wijs, voorafgegaan 
door "dat", om aan te geven, dat het de aanvoegende wijs betreft.
Dit geldt voor alle nog te geven schema's.
correr (hardlopen)
corra dat ik hard loop
corras dat jij hard loopt
corra dat hij, zij, u hard loopt
corramos dat wij hard lopen
corráis dat jullie hard lopen
corran dat zij hard lopen
dat u (mv.) hard loopt
De Subjuntivo - tegenwoordige tijd
quiera dat ik  wil
quieras dat jij wilt
quiera dat hij, zij wil , u wilt
quieramos dat wij willen
quieráis dat jullie willen
quieran dat zij willen, dat u (mv) wilt
Querer betekend ook "houden van" 
la madre quiere a sus hijos De moeder houdt van haar kinderen
Isabel quire mucho a los animales Isabel houdt veel van dieren
Opmerking:
Wanneer het lijdend voorwerp een bepaalde aangewezen persoon of  een als persoon
beschouwd dier of een als persoon beschouwende zaak is, wordt het in het Spaans
voorafgegaan door a.
Querido, het voltooid deelwoord, betekend behalve "gewild" ook "geliefde" of "beste".
In de aanhef boven brieven:
Querido amigo Paco: Beste vriend Paco
Queridos padres Beste vader en moeder
Querida Pepita Lieve Pepita
De Subjuntivo van  estar en ser  luiden:
estar ser
esté dat ik ben sea
estés dat jij bent seas
esté dat hij, zij is, u bent sea
estemos dat wij zijn seamos
estéis dat jullie zijn seáis
estén dat zij zijn, dat u bent sean
De Subjuntivo van tener (bezitten), haber (hulpwerkwoord) en ir (gaan):
tener haber ir
tenga dat ik heb haya vaya
tengas dat jij hebt hayas vayas
tenga dat hij, zij, u heeft haya vaya
tengamos dat wij hebben hayamos vayamos
tengáis dat jullie hebben hayáis vayáis
tengan dat zij hebben,  hayan vayan
dat u (mv.) heeft.
ALSTUBLIEFT a. por favor
b. tome usted
Men zegt por favor, wanneer men iets verzoekt, en men zegt tome usted, wanneer men
iets aanreikt.
(Tome usted is de 3e persoon enkelvoud van de gebiedende wijs van tomar = nemen,
aannemen: neemt aan.)
Cuatro helados, por favor Vier ijsjes alstublieft
Tome usted, señor Alstublieft, mijnheer.