34 - De aanvoegend wijs, verleden tijd.
Bij de behandeling van de werkwoordsvormen zijn we nu gekomen aan de verleden tijd 
van de aanvoegende wijs, de Imperfecto de Subjuntivo, die twee vormen heeft.
Bij alle werkwoorden, zowel de onregelmatige als de regelmatige, dient de 3e persoon
meervoud van de pretérito definido als uitgangspunt. Men vervangt de laatste 
lettergreep - ron door  -ra  en  -se.
Van de werkwoorden cantar, correr en partir luiden de beide tijden als volg:
Cantar
I. II.
cantara dat ik zong cantase
cantaras dat jij zong cantases
cantara dat hij, zij, u zong cantase
cantáramos dat wij zongen cantásemos
cantareis dat jullie zongen cantaseis
cantaran dat zij zongen, cantasen
dat u (mv) zong
Correr
I. II.
corriera dat ik hardliep corriese
corrieras dat jij hardliep corrieses
corriera dat hij, zij, u hardliepen corriese
corriéramos dat wij hardliepen corriésemos
corrierais dat jullie hardliepen corrieseis
corrieran dat zij hardliepen corriesen
dat u (mv) hardliep
Partir
I. II.
partiera partierse
partieras partierses
partiera partierse
partiéramos partiérsemos
partierais partierseis
partieran partiersen
De twee vormen van de Imperfecto de Subjuntivo van de werkwoorden haber, tener,
ser, en estar luiden als volgt:
Haber
I. II.
hubiera hubiese
hubieras hubieses
hubiera hubiese
hubiéramos hubiésemos
hubierais hubieseis
hubieran hubieseen
Tener
I. II.
tuviera tuviese
tuvieras tuvieses
tuviera tuviese
tuviéramos tuviésemos
tuvierais tuvieseis
tuvieran tuviesen
Ser (en ook van ir - gaan)
I. II.
fuera fuese
fueras fueses
fuera fuese
fuéramos fuésemos
fuerais fueseis
fueran fuesen
Estar
I. II.
estuviera estuviese
estuvieras estuvieses
estuviera estuviese
estuviéramos estuviésemos
estuvierais estuvieseis
estuvieran estuviesen