| 36 - De vorming van de bijwoorden. | |||
| Bijwoorden zijn woorden, die een nadere bepaling aangeven van een bijvoeglijk naamwoord | |||
| of van een werkwoord: | |||
| Deze cursus is zeer gemakkelijk | zeer is een bijwoord | ||
| Ik leer gemakkelijk | gemakkelijk is een bijwoord | ||
| Een bijwoord kan ook een bepaling zijn van een ander bijwoord: | |||
| Ik leer zeer gemakkelijk | gemakkelijk zegt iets van leer | ||
| zeer zegt iets van gemakkelijk | |||
| Naast de oorspronkelijke bijwoorden, zoals bien (goed) en mal (verkeerd, slecht) | |||
| bestaan in het Spaans de van bijvoeglijke naamwoorden afgeleide bijwoorden. | |||
| Opmerking | |||
| Let dus op het verschil tussen bueno (goed), het bijvoeglijk naamwoord, en bien (goed), | |||
| het bijwoord: | |||
| erg goed werk | (goed = bijvoeglijk naamwoord) | un bueno trabajo | |
| hij werkt goed | (goed = bijwoord) | él trabaja bien | |
| Veel bijwoorden van wijze woorden in het Spaans gevormd door achter de vrouwelijke | |||
| vorm enkelvoud van het bijvoeglijk naamwoord (die eventueel verschilt van de mannelijke | |||
| vorm enkelvoud) mente te plaatsen. | |||
| Bijvoeglijk naamwoord | Vrouwelijke vorm | Bijwoord | |
| solo (alleen) | sola | solamente | |
| perfecto (uitstekend) | perfecta | perfectamente | |
| natural (natuurlijk) | natural | naturalamente | |
| (geen aparte | |||
| vrouwelijke vorm) | |||