37 - Bijwoorden die, inhet Spaans worden uitgedrukt door een werkwoord.
Er bestaan in het Spaans een niet onbelangrijk aantal werkwoorden, waarvan wij de betekenis
in het Nederlands met een bijwoord weergeven, bv.:
soler (ue) gewend zijn, gewoonlijk doen
Suelo levantarme a las seis ik ben gewend om zes uur op te staan
Ik sta gewoonlijk om zes uur op
acabar de (hacer una cosa) zojuist (iets gedaan) hebben
Acabo de llegar a madrid ik ben zojuist in Madrid aangekomen
Acabó de escribir la carta Hij had zojuist de brief geschreven
acabar por (hacer una cosa) tenslotte (iets doen)
Acabaron por hacer lo que yo les aconsejaba Zij deden tenspotte wat ik hun steeds maar
adviseerde
comenzar por (hacer una cosa) beginnen met (iets te doen), eerst
(iets doen)
comencé por escribirle una carta Eerst schreef ik hem een brief
no dejar de (hacer una cosa) niet nalaten (iets te doen), beslist
(iets doen)
Nunca dejo de tomar café ik drink beslist altijd koffie
estar para (hacer una cosa) op het punt staan (iets te doen)
(iets doen)
Estoy para salir Ik sta op het punt uit te gaan
seguir + bijvoeglijk naamwoord nog steeds …….zijn
mi hermana sigue enferma Mijn zuster is nog steeds ziek
no tardar en (hacer una cosa) meteen (iets doen)
(letterlijk: niet dralen iets te doen)
poco tardo (en volver) Ik ben zo terug
volver a (hacer una cosa) weer (iets doen)
no volvimos a hablar sobre esto Wij praten hier niet weer over