| 43 - Het lidwoord van onbepaaldheid. | |
| Bij de behandeling van de lidwoorden is nog niet gesproken over het woord lo. | |
| Dit is het onzijdig lidwoord. | |
| Het geval is echter, dat het Spaans geen onzijdige zelfstandig naamwoorden kent. | |
| Lo wordt gebruikt vóór bijvoeglijke naamwoorden. | |
| Het betekend dan: hetgeen, datgene wat, dat wat: het | |
| Bijvoorbeeld: | |
| lo fácil | het gemakkelijke (datgene, wat gemakkelijk is) |
| lo más dificil | het moeilijkste (datgene, wat het moeilijkst is) |
| lo mejor de todo | het beste van alles |
| da lo mismo | het is hetzelfde, het komt op hetzelfde neer. |
| (letterlijk: het geeft hetzelfde) | |
| Opmerking: | |
| het is het moeilijkste | es lo más dificil |
| het is het mooiste | es lo más bonito |
| Het eerst het wordt niet vertaald; het is het onderwerp van de zin. | |